Toen mijn zoon in de kleuterklas zat, leerde hij spelenderwijs rekenen: "Hé, er staat 10 op de zak met krentenbollen, maar er zitten er maar 6 in. Dan hebben we er al 4 op!" Met enig gefriemel van vingertjes kwam hij een heel eind, tenminste bij sommetjes onder de 10. Daarboven werd het lastiger, dus maakte ik een honderdveld: de cijfers van 1 t/m 100 op een vel papier, 10 rijen van 10 cijfers, bovenaan 1 t/m 10, daaronder 11 t/m 20 enz.
Hij vond het geweldig! Hij leerde er in razend tempo de cijfers t/m 100 door lezen, maar kreeg ook geweldig veel inzicht in getalstructuren. Als je 5 er bij10 doet is het 15, nog een keer 10 er bij is 25. Hé, da´s toevallig: die staan onder elkaar! Is nog een keer 10 er bij dan 35? Ja, leuk! Doortellen/-rekenen over het tiental ging moeiteloos, en hij heeft er enorm veel plezier van gehad.
Toen hij het goed doorhad, maakte ik op verzoek nog een vel met de cijfers 101 t/m 200, waarmee hij ook even zoet was. Daarna vroeg hij of ik iets tot 1000 kon maken. Ik vroeg hem hoe dat er dan uit moest zien, en dat kon hij heel goed vertellen. Hij en ik begrepen toen dat het niet meer nodig was om iets te maken, omdat de getallenstructuur een vaste plek in zijn hoofd had.
NB: in de meeste rekenmethodes komt op enig moment het honderdveld wel voor, maar als je 5 bent moet je daar wel erg lang op wachten. Vandaar dat ik het hem alvast aanbood, tot zijn grote plezier dus.